Foto: De Raad van Kerken bijeen op 2 april in Utrecht 

Kerken oriënteren zich op de Charta Oecumenica


De Raad van Kerken in Nederland gaat een Nederlandse vertaling maken van Charta Oecumenica 2025. Dat is besloten tijdens een bijeenkomst van de plenaire Raad van Kerken op 2 april 2025. Ds. Klaas van der Kamp, bestuurslid van de Europese Raad van Kerken (CEC), gaf een toelichting op de voorlopige tekst (zie hieronder). 

Klaas van der Kamp hield een peiling onder de Raadsleden. Hij legde een Nederlandse samenvatting aan de leden voor en vroeg een voorkeur uit te spreken voor een van de onderdelen. Liefst negen van de zestien afgevaardigden kozen een fragment uit het oecumenische gedeelte; als basis voor samenwerking voor de kerken. Drie haakten aan bij het engagement van het vierde onderdeel. En twee hadden een eerste affiniteit respectievelijk met de partnerschappen en met het meer kerugmatische deel van de Charta. 

Gevraagd werd naar de plek van de gendergevoeligheid. Uitgelegd werd dat Charta een tekst biedt waarop de kerken elkaar kunnen vinden. Vanuit het gemeenschappelijk referentiekader kan je lastige gesprekken voeren, onder meer over de positie van LHBT-mensen. Opgemerkt werd verder dat de Charta zich niet te exclusief op Europa mocht concentreren. Daarvoor zijn ook binnen Europa en binnen de Nederlandse Raad van Kerken de wereldwijde stemmen te zeer aanwezig, zo is bijvoorbeeld de Syrisch-Orthodoxe Kerk lid van de Nederlandse Raad van Kerken. 

Een inventarisatie naar de ervaringen met de eerste versie van de Charta Oecumenica, die in 2001 verscheen, wees uit dat Nederlandse kerken zich publiek achter de tekst hadden geschaard in 2002. Daarna bleef het een uitdaging om de tekst daadwerkelijk een stimulerende rol te laten spelen in het oecumenische leven van de kerken. 

De Nederlandse Raad van Kerken sprak verder over de geloofsbelijdenis van Nicea. Een hoogtepunt dit jaar zal een viering zijn in de St. Janskerk in Gouda op 14 juni 2025 om 14.00 uur. Daar is iedereen welkom. De Charta Oecumenica beroept zich in een eerste artikel op de geloofsbelijdenis van Nicea. De leden van de Raad van Kerken oefenden een nieuwe toonzetting van de geloofsbelijdenis gemaakt door componist Wijnand van Klaveren. 



Hier komt nog een impressie.


Het verhaal (geschreven versie die kan afwijken van de gesproken versie) gehouden tijdens de Raad van Kerken bijeen op 2 april 2025: 

VERHAAL

In Handelingen 16 staat dat Paulus en Timotheüs door Klein-Azië reizen. Maar dan lopen ze vast. ‘nadat ze door Frygië en Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken’. Ze belandden in Troas. Daar krijgt Paulus een visioen van een Macedonische man die hem dringend vraagt: ‘Kom over naar Macedonië en help ons!’ Hij maakte er uit op, dat de Heere hem oproept de zee over te steken naar Europa om daar het evangelie te verkondigen. In Filippi (oost-Macedonië) is er een eerste dopelinge, Lydia. Zij en haar huisgenoten laten zich dopen. 

De protestantse theoloog dr. Oepke Noordmans legt uit, dat hier bijzondere verwachtingen worden opgeroepen voor Europa. Hij verwijst naar de Joden, die als eerste de roeping van God hebben vernomen. Die roeping brengt een bijzondere verantwoordelijkheid met zich mee. Zo is het met Europa, dat voorgegaan is in de ontvangst van het evangelie. Ik citeer: ‘Was het, menselijkerwijs gesproken, andersom gegaan; had de Heilige Geest deze beide zendelingen oostwaarts gezonden, in plaats van westwaarts, dan zouden wij nu de rol van toeschouwers hebben kunnen vervullen. Maar Jezus is met zijn Evangelie deze kant uit gekomen; de Heilige Geest verhinderde hen het Woord in die andere richting te dragen’.


Die bijzondere verantwoordelijkheid van Europa heeft vorm gekregen vanuit het grote Romeinse Rijk en keizers als Constantijn, die mede de bakermat legde van de verbindende geloofsbelijdenissen, als die van Nicea. Met de verbrokkeling van het Romeinse Rijk, kreeg de diversiteit voet aan de grond in Europa.

En dan maak ik een hele grote sprong naar het midden van de twintigste eeuw. Want daar neemt de geschiedenis weer een wending. Na twee wereldoorlogen smacht Europa naar eenheid. Op 25 maart 1957 wordt de EEG opgericht. Het is de periode van nieuwe verbinding in West-Europa. Tegelijk is er de polarisatie naar oost-Europa. De tijd van de Koude Oorlog. De kerken slaan in dat rigide klimaat de handen in elkaar. Ze vormen in 1959 de Europese Raad van Kerken, de Council of European Churches. Er worden 114 kerken lid, waaronder kerken orthodoxe kerken in Oost-Europa verbonden aan het patriarchaat van Moskou, nationale orthodoxe kerken verbonden aan het patriarchaat van Constantinopel, de machtige lutherse kerken in Scandinavië en Duitsland en de Anglicaanse Kerk in Groot-Brittannië. Ook vanuit Nederland doen enkele kerken mee, zoals de toen nog in drie kerken te onderscheiden Protestantse Kerk in Nederland, de Remonstranten, de Doopsgezinden, Evangelische Broedergemeente en de Oud-Katholieken. Anderen doen vanuit hun Europese context mee, zoals de Quakers en het Leger des Heils. De Rooms-Katholieke Kerk organiseert zich vanaf 1967 via de bisschoppenlijn in de diverse Europese landen tot de CCEE (Europese Bisschoppenconferentie, letterlijk: Consilium Conferentiarum Episcoporum Europae). Hoe kwetsbaar de CEC is, blijkt al bij de assemblee uit 1964. Oosteuropeanen kunnen geen visum krijgen. Om de ontmoeting mogelijk te maken vergadert men op een schip de Bornholm op internationale wateren. CEC focust aanvankelijk dus op verbetering van de relaties tussen oost en west.

De positie van de CEC verandert in 1989. De muur valt in dat jaar. De tegenstelling oost-west wordt  minder. Op 1 november 1993 gaat het Verdrag van Maastricht in. Het lijkt of de toekomst van Europa radicaal is veranderd. Sommige mensen stellen de vraag: ‘Hebben we de Europese kerkenconferentie nog nodig?’ Je kan naar mijn idee vanuit een helicopterview het ontstaan van Charta Oecumenica in 2001 als een antwoord zien op de nieuwe situatie. De polarisatie oost-west centraal staat minder centraal. Het gaat om vragen van  opbouw van het continent. Charta Oecumenica maakt duidelijk dat het wegvallen van polarisatie nog niet betekent dat men elkaar echt verstaat. De tekst maakt duidelijk dat de eenheid in een deel van Europa nog niet betekent dat het continent een ziel heeft gekregen. De eerste Charta gaat daar op in.

WAT IS NIEUW?

Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is er behoefte om de analyse van ‘waar staan we voor?’ opnieuw tegen het licht te houden. Er zijn indringende vragen. Over minderheden, migranten, economische ontwikkeling, klimaatverandering, nieuwe technologische ontwikkelingen, democratie en emancipatie, jongeren en secularisatie. Charta geeft daarvoor een referentiekader. Kerken in verschillende landen kunnen reflecteren op gebieden herkenbaar voor kerken in andere landen. Een gemeenschappelijk frame van denken wordt aangereikt. De lidkerken van CEC en de Romana hebben de tekst gemaakt. Op 27 april wordt de tekst in Vilnius, in Litouwen, ondertekend door de Europese koepels. Ze bieden de tekst daarna aan aan de lidkerken en landelijke raden van kerken.

De nieuwe Charta snijdt nieuwe thema’s aan. Het onderdeel van de kunstmatige intelligentie (14) is helemaal nieuw. Hetzelfde geldt voor de hoofdstukken over jeugd (6) en, migratie (13). De reflecties over oorlog en vrede (11) zijn krachtiger aangezet. De vragen van de klimaatcrisis komen anders aan in de samenleving en in de tekst. En als je goed leest, zie je dat de verhouding tot jodendom subtieler is geworden en de verhouding tot moslims uitnodigender. De oecumenische insteek daagt uit meer werk te maken van het contact tussen kerken.  

Laat ik in close-reading een paar aanscherpingen noemen:  

Oud was het verlangen naar eenheid in het volgen van de apostolische uitdaging van de brief van Epheze en het werken aan één geloof, één doop, eucharistische gastvrijheid en gemeenschappelijk getuigenis.
Over oecumene extra commitment: ‘We commit ourselves… making every effort to overcome the divisions that separate the churches’.

Oud: ‘to move towards the goal of eucharistic fellowship’.
Nieuw: ‘to continue moving towards mutual Eucharistic hospitality and fellowship’.


Ook toegevoegd:
‘to promote dialogue and discuss together controversial issues of fait hand ethics in the light of the Gospel’.
en ook: ‘…..defending human and minority rights’.


In de sfeer van ontmoeting:

Nieuw:
‘to strengthen the position of women in church and society, and advocate for their equal rights’.

bij Jodendom extra:

‘to strengthen awareness for Jewish heritage in our theology and liturgy’ en er is de belofte af te zien van jodenzending.

bij Islam:
‘to oppose hostility and prejudice against Islam in the Church and in society….’.

bij vrede:
‘to deny misuse of religion to justify political purposes’
en
‘to encourage, promote, and support processes of reconciliation and forgiveness…’.

Bij schepping:

Extra ‘to act for a conversion of behaviours at the personal, ecclesial, social, community, and political levels….’.

Nieuw bij digitalisering:
‘to promote ethical frameworks and guidelines….’.

WAAR KAN JE ALS KERKEN OP INSPELEN?

Laat me tenslotte enkele gedachten noemen van hoe we als kerken in Nederland op de Charta kunnen inspelen. De opsomming die ik geef is niet uitputtend en de gedachten overlappen elkaar deels. Ik noem zeven opties.

1. Een kerk kan de Charta ondertekenen. In Europese context gebeurt dat vanuit de koepels en vanuit Vilnius wordt de tekst de kerken aangeboden. Door te tekenen onderstreep je het belang, emfaseer je de tekst, geef je de Charta een expliciete waardering voor je eigen kerk. Met een handtekening trek je de Charta boven de tientallen documenten uit die vanuit oecumenische gremia tot ons komen.

2. Een kerk kan de Charta of delen van de Charta agenderen. Je vindt bijvoorbeeld een thema zoals ‘digitalisering’ waardevol en merkt dat met de ontwikkeling van Kunstmatige Intelligentie en Team-vergaderingen de wereld een ander gezicht krijgt. De Charta dient als aanvulling op je eigen agenda, als introductie van een thema.

3. Een kerk kan de Charta gebruiken om te contextualiseren. Je gebruikt de Charta om thema’s die je al op de eigen agenda hebt staan van een raamwerk te voorzien. Zo is er bij het kerkasiel in Kampen uren gesproken over de teksten van Charta die met vluchtelingen te maken hebben. Teksten zijn krachtig, zoals ‘We commit ourselves to engage in transformative action…’ en ‘’to work together with political institutions – or where necessary to confront those institutions….’.

4. Een kerk kan de Charta inzetten om te internationaliseren. Veel kerken richten zich vanuit een oud ‘cuius regio, eius religio’ op een nationale kerk. Als je je meer internationaal positioneert, krijg je oog voor minderheden in het eigen land.

5. Een kerk kan de Charta aanreiken als verbinding. De tekst doet pontificeren, letterlijk slaat bruggen, brengt ons in relatie tot andere kerken en groepen. De tekst doet dat letterlijk als het gaat over ‘to encourage participation in democratic processes working towards the common good’. Het geeft oog voor ngo’s en het maatschappelijk middenveld.

6. Een kerk kan de Charta inzetten tot nieuw theologiseren. De tekst geeft inspiratie en de tekst kan leiden tot falsificatie, correctie. Ook dat laatste zie ik als winst. Ik denk aan de bespreking van de Charta in FUGO-verband, kortweg de vertegenwoordigers van kerken in het bisdom Utrecht. De bespreking van Charta leidde daar tot een discussie over de verhouding kerk en staat, theologie en cultuur. De angst bestond dat de Charta als theologische legitimatie optreedt van het politiek-economische eenheidsideaal van Europa. Ik deel zelf die vrees niet, al is het alleen al omdat het laatste onderdeel van de Charta nadrukkelijk wijst op wereldwijde perspectieven.

7. Een laatste punt dat ik zou willen noemen: De Charta kan de kerk leiden tot engageren. Als kerk kunnen we maar zo het risico lopen dat we ons denken en onze liturgie in een ivoren toren opsluiten; een tekst als die van Charta daagt ons uit ons geloof zichtbaar te maken en de maatschappelijke relevantie te laten zien.

Misschien kunnen we daarover verder met elkaar in gesprek gaan.