
Foto: vrije associatie (archieffoto)
‘Water voor emeritus kan heel modderig worden’
Aan de ene kant zijn de emeriti-predikanten hard nodig om het kerkelijk leven in stand te houden, aan de andere kant vraagt inzet van een gepensioneerde prudentie van de emeritus om andere predikanten niet voor de voeten te lopen.
Tussen die twee uitersten meanderde het breed moderamen van de classis op 14 maart 2025. Het bestuur van de kerkelijke regio sprak over de emeriti. Daarvan wonen er circa tachtig in Overijssel-Flevoland. Twaalf daarvan zijn er actief in hulpdiensten en meer dan de helft verricht incidentele diensten. Het breed moderamen besprak de randvoorwaarden voor een adequate inzet. De tekst daarvan is formeel vastgelegd in de ‘beroepscode en gedragsregels voor predikanten en kerkelijk werkers’. Het bm stelde zich de vraag wat daar in de praktijk mee wordt gedaan.
De meeste discussie was er over regel C6: ‘De predikant / kerkelijk werker gaat in principe niet in op een beroep op zijn pastorale zorg dat wordt gedaan door een gemeentelid dat aan de zorg van een collega is toevertrouwd…’. Dit blijkt in de praktijk een lastig artikel. Vooral als er een beroep op je wordt gedaan door iemand met wie je een gemeenschappelijk verleden hebt. Emeriti die in de gemeente blijven wonen waar ze gewerkt hebben, ervaren daarin meer druk dan predikanten die na hun actieve loopbaan naar een andere plaats verhuizen.
Enkele predikanten in het breed moderamen vertelden dat ze als actief predikant nog wel eens terug gaan naar een vorige gemeente als deze vacant is. De beroepscode zegt dat je in geval van pastoraat buiten de eigen gemeente ‘in overleg treedt met de desbetreffende collega of kerkenraad’. In de praktijk is het lastig om dan als kerkenraad of collega nog nee te zeggen als er al contact is gelegd tussen pastor en pastorant. De morele keus om ‘nee’ te zeggen moet wat dat betreft beginnen met de gevraagde predikant. ‘Het water wordt al heel gauw modderig als je in zo’n discussie verzandt’, verzuchtte één van de bm-leden.
‘Waarom heeft een emeritus het eigenlijk nodig om positief op een bijzonder verzoek in te gaan?’, verzuchtte een bm-lid. ‘Je hebt in je werkzame periode toch al genoeg mensen mogen begraven?’. ‘Je hebt dat soort reflexen ook in andere functies’, zei een bm-lid met ervaring in de zorg en het onderwijs. Ook daar valt men bij lastige situaties soms iets te snel terug op ervaringen met een voormalig collega. In de kerkelijke situatie is dat ook het gevaar, dat je als emeritus mooie sier maakt, en dat die sier in mindering komt op je actieve collega in de gemeente.
Er zijn in Overijssel-Flevoland twaalf predikanten die structurele hulpdiensten uitvoeren in gemeenten. Zij worden gedurende bijvoorbeeld twee jaar betaald om het gemeentewerk gaande te houden. Er zijn voorbeelden van pastores die een deel van de vaak pastorale werkzaamheden voor hun rekening nemen. Dat gaat meestal probleemloos. Spannender kan het zijn als de emeriti deelnemen aan de kerkenraad. Zij gaan zich met het beleid bemoeien en die inspanningen lopen niet altijd synchroon met de belangen van de kerkenraad of de kerk als geheel. Gerekend naar de cijfers gaat het om ongeveer 7,5 procent van de inzet, waar de geadviseerde beleidslijn haaks staat op andere belangen. Dus proportioneel gaat het in vele gevallen goed.
Het breed moderamen stelde vast dat het beleid in Overijssel-Flevoland positief staat ten opzichte van de inzet van emeriti voor structurele hulpdiensten. Met twaalf actieve emeriti overtreffen zij het aantal ambulante predikanten, van wie er op dit moment twee actief zijn in de classis. Moraal van het werk blijft wel, dat je werk blijft verzetten dienstbaar aan de kerkenraad en niet te zeer ingegeven door het eigen ideaalbeeld van de gemeente, laat staan door eigen financiële belangen.
Het bm besloot de overwegingen in te brengen in de emeriti-middag die Overijssel-Flevoland periodiek organiseert.
Veilige kerk
Het breed moderamen stemde in met de opzet van een studiemiddag over ‘Veilige Kerk’. Het college van visitatoren in Overijssel-Flevoland biedt samen met het bm een programma aan op 9 mei in Dalfsen ten dienste van kerkenraadsleden en vertrouwenspersonen. Doel is de nog levende vragen op het gebied van vertrouwenspersonen, procedures en vog-verklaringen te bespreken voorafgaand aan de datum van 1 juli 2025, waarop de kerkordelijke noodzaak van een beleid veilige kerk moet zijn ingevoerd (klik hier).
Het breed moderamen besprak enkele aanvragen voor het beroepingswerk. Het ging om plaatsen die een parttime-invulling van de vacature zoeken. Het bm zal twee plaatsen bezoeken om nader te overleggen over de situatie; één plaats krijgt in de brief het advies om voor de langere termijn naar samenwerking met buurgemeenten te zoeken.
Er is een schrijven vanuit de landelijke kerk over de manier waarop diaconaal geld breder mag worden ingezet voor de kerk. Er zal intern overleg volgen met het ccbb met de suggestie om het schrijven voor kennisgeving aan te nemen. Er is ook een landelijk rapport gemaakt door Ipsos over de relatie tussen ambtelijke organisatie en dienstenorganisatie. Het bm besloot een lid van het directieteam uit te nodigen om mondeling verder te overleggen over een ‘naar doelgroep gedreven beleid’.
Het bm gaat een jaar door met het uitzetten van classicale vergaderingen op locatie. Het maakt gemeenten meer vertrouwd met het werk van de classis. Voor de classis op 10 juni werd het thema verder in beeld gebracht. De agenda zal zich toespitsten op de mogelijkheid kerkrentmeesterlijk geld ondernemend in te zetten. De VKB (Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer) zal worden benaderd om inbreng te hebben in de classis.
Het afstemmingsoverleg van classes heeft gesproken over onveilige situaties in de classis zelf. Het bm evalueerde de bespreking en stelde vast dat er geen reden is het huidige beleid bij te stellen. Overijssel-Flevoland kiest voor een open benadering van mensen, ook al kan dat soms even schuren.
Het bm keurde de jaarrekening van de werkgroep Kerk en Israël opnieuw goed.